Gelopen, 1913---Uitgave: Janssen, den BoschIn het zogeheten 'Blok' op de Markt stond, tegenover de ingang van de Minderbroedersstraat, vanaf de late 13e eeuw de Lakenhal, ook wel Gewandhuis genoemd. Hier vond gecentraliseerd de lakenhandel plaats. In de vroege 15e eeuw ging het gebouw dienst doen als Vleeshuis, het behoorde toe aan het slagersgilde. De slacht van dieren en de verkoop van vlees waren aan strenge voorschriften gebonden. Vlees mocht alleen in het Vleeshuis verkocht worden, en nergens anders, iedere slager had er zijn eigen vleesbank. Op deze regel was één uitzondering: pens (koeienmaag) werd op straat vóór het Vleeshuis, buiten, in kramen verkocht door de zogenaamde 'pensvrouwen'. Het woord 'pens' heeft in dit geval ook betrekking op de ingewanden van een geslacht dier en ander slachtafval, en ook op bepaalde soorten orgaanvlees, poten en koppen. Uit: Wikipedia door Ed Hupkens.